ADEMRUIMTE

Ik kan me nog goed de laatste dagen herinneren voordat ik de stekker eruit trok. Ik had een week eerder via de studentenpsycholoog te horen gekregen dat zij vermoedde dat ik ver overspannen of burn-out was. Die week ging het van kwaad tot erger. Mijn hersenen accepteerden wat mijn lichaam me al een tijd vertelde. In die week was ik ontzettend moe, wist ik niet meer wat ik aan het vertellen was, was ik leeg na een gesprek en raakte ik de draad van het gesprek kwijt op het moment dat er meerdere mensen door elkaar heen aan het praten waren. Op donderdag belde ik huilend de studentenpsycholoog op. Ik kon niet meer. Ik wilde wel, maar ik kon echt niet meer.

De studentenpsycholoog gaf me het verlossende antwoord: ‘Michelle, ik kan je niet helpen. Je moet contact opnemen met de huisarts en vragen om een doorverwijzing. Zeg maar tegen de huisarts dat je dit moet doen op aanraden van mij.’ Ik maakte een afspraak en kon de dag erna al terecht. In de avond zat ik met twee vriendinnen in Franske, een friettent. Zij zagen dat ik op was. Zij wisten ook dat ik bang was, bang om de stekker eruit te trekken, bang om mijn grenzen aan te geven en bang om niet serieus genomen te worden. Het maakte mijn vriendinnen fel. Als ik het niet kon, dan zouden zij zelf wel contact opnemen met de organisatie waar ik voorzitter was en zouden zij de knoop voor me doorhakken.

De dag erna ging ik naar de huisarts. Een van mijn vriendinnen ging mee ter ondersteuning. Ik kreeg een doorverwijzing voor de praktijkondersteuner van de huisarts onder het mom van ‘het duurt langer voordat je terecht kunt bij een psycholoog’. Toen we terugliepen naar huis belde ik één van mijn bestuursgenoten op om te vertellen hoe het gesprek was gegaan en dat ik had besloten om de stekker eruit te trekken. Ontdaan, maar opgelucht zei ze dat ze voor de volle honderd procent achter mijn keuze stond. Toen ik thuiskwam, stelde ik een e-mail op voor de Raad van Advies en voor de rest van mijn bestuur. In de e-mail gaf ik aan dat het tijd was om mijn functie neer te leggen en me te gaan richten op mezelf. Op het moment dat ik de e-mail verstuurde, kwam er een rust over me. Het voelde alsof ik voor het eerst weer kon ademen. Ik kreeg het nummer ‘last exit’ van Maya Matlin uit de Degrassi Next Class in mijn hoofd. ‘There’s empty places in my life and I need to breath. There’s empty spaces on the map waiting there for me. I’ll take the last exit to freedom. The last chance to be free. And the first sign of tomorrow feels like freedom to me.’ Dit was het begin van ademruimte.

Soms, zoals nu, als mijn agenda weer uitpuilt door allerlei (leuke) afspraken, dan krijg ik het weer Spaans benauwd.

Soms, zoals nu, als mijn agenda weer uitpuilt door allerlei (leuke) afspraken, dan krijg ik het weer Spaans benauwd. Ik snak dan letterlijk naar adem. Gelukkig heb ik met de tijd geleerd wat ik op zo’n moment moet doen. Ik zal hieronder een aantal tips delen:

  1. Ga mediteren. Mediteren zorgt voor rust in je hoofd.
  2. Ga buiten wandelen. Het schijnt zo te zijn dat je in de natuur dichterbij je kern bent.
  3. Stop met doorrennen en sta eens stil. Stel jezelf de vragen:
    1. Zijn er dingen die je kunt afzeggen?
    2. Moet het per se nu gebeuren?
    3. Moet ik dit doen?

Ga prioritiseren!

  1. Plan extra me-time in.

Ik wil afsluiten met de tekst van Lef van Karen Bloemen. ‘Iedere dag heb je opnieuw de keuze; ren je door of gooi je rigoureus je bestaan overhoop. Weg de onzin, het gejaag en het gedoe. Heb je het lef, dan is het nooit te laat om te beseffen dat het zo niet gaat.’

TEKST: MICHELLE VAN GOOL

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *