GEVEN EN NEMEN VOLGENS MAARTEN

Wat houdt het eigenlijk in, dat geven en nemen? Deze uitspraak wordt het meest gebruikt in de context van ‘weggeven aan, maar ook terugnemen van anderen’. De definitie in de encyclopedie luidt: in den omgang met anderen toegevendheid weten te verenigen met de zorg voor eigen belang. Kijk, dat klinkt al een stuk netter dan ‘nemen’. In onze christelijke kringen zeggen we vaak ‘geven en geven’. Dat klinkt nog beter natuurlijk, want dat raakt de kern van ons geloof. Ultieme opoffering voor anderen zoals Jezus Christus zich voor Zijn kinderen offerde aan het kruis. Toch ben ik een tegenstander van het spreekwoord ‘geven en geven’, tenzij het in een hele specifieke context wordt gebruikt, en dan nog is het gevaarlijk. Hieronder zal ik uitleggen waarom ‘geven en nemen’ wijzer is dan ‘geven en geven’.

Geven en nemen zijn twee uitersten die recht tegenover elkaar staan. Laten we voor het gemak er vanuit gaan dat geven aan de linkerzijde en nemen aan de rechterzijde staat. Geven en nemen suggereert een punt exact in het midden van deze uitersten. Geven en geven suggereert een punt ver aan de linkerzijde van het spectrum. Mensen zijn op elk punt van deze lijn in te delen. Daarbij wordt nemen vaak gezien als iets slechts en geven juist als iets goeds. Mensen die alleen maar ‘nemen’, worden vaak als dominant, arrogant en narcistisch gezien. Mensen die alleen maar ‘geven’, worden vaak lief, goed en empathisch genoemd. In dit licht is het logisch dat we geneigd zijn het spreekwoord ‘geven en geven’ moreel hoger te achten. Maar dit zou alleen werken als iedereen zich ook daadwerkelijk hieraan houdt.

Bij jonge kinderen van nul tot vier jaar zien we al duidelijke voorbeelden van geven en nemen. Sommige kinderen pakken al het speelgoed van anderen af en eigenen zich desnoods met geweld alles toe. Op de basisschool zijn de nemende kinderen vaak populair vanwege hun status, maar zijn ze ook de pestende, agressieve kinderen. Naar volwassenheid toe bestaan hun vriendschappen vaak uit oppervlakkige relaties vanwege hun status. En langzaam worden ze door de hele maatschappij uitgesloten, omdat ze nemers zijn en iedereen alleen maar uitbuiten voor eigen gewin. Niet bepaald winnaars, dus ‘nemen en nemen’ kunnen we sowieso afschrijven als wijs.

Het andere uiterste zien we ook al jong ontstaan. Kinderen die speelgoed makkelijk afstaan of weggeven. Ze zullen nooit echt voor zichzelf opkomen en cijferen zich weg voor anderen. Echte gevers dus. De keerzijde hiervan is dat tijdens de basisschooltijd dit vaak de gepeste kinderen zijn, omdat ze makkelijke slachtoffers zijn. Hun eigenwaarde komt weinig tot ontwikkeling. Naar hun volwassenheid toe zijn, naar morele begrippen, dit de ‘geven en geven’kinderen. Onzichtbaar, gepest en zonder zelfwaarde. Op elk vlak in hun leven zullen deze mensen uitgebuit worden, omdat ze de wereld alleen maar geven en niet durven te nemen. Geen succesverhaal voor deze, door maatschappelijke ogen, losers.

Zo bekeken is het spreekwoord ‘geven en nemen’ zoveel wijzer dan het op het eerste gezicht doet vermoeden. Er zit een bizarre sociale diepgang in die alleen kan ontstaan door wijsheid over vele jaren samengevoegd. Natuurlijk moeten we geven aan anderen, en dat is absoluut een deugd te noemen. Maar we moeten ook sterk voor onszelf opkomen, en nemen als dat nodig is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *