WATERLANDERS

Eigenlijk ben ik een beetje te goed in huilen. Vroeger had ik dan ook de hele week een nare kriebel in mijn buik wanneer ik wist dat er weer Heilig Avondmaal gehouden werd in onze kerk. Dat betekende een dienst waarin veel mensen gingen huilen, wat mij dan ook weer aan het huilen maakte. Ik verstopte me dan onder mijn hoedje, maar die pogingen waren tevergeefs. Dat was toen ik een jaar of negen was, maar tien jaar later heb ik nog een aversie tegen huilen.

Het voelt altijd ietwat zwak om te gaan huilen, om nog maar te zwijgen over de gevolgen. Uitgelopen mascara, rode vlekken waarvan ik me altijd afvraag waar ze ineens vandaan komen om vervolgens weer te transformeren in een witte huid. Wanneer we huilen, zien de anderen onze kwetsbaarheid. Een van de redenen waarom we er niet dol op zijn.

‘Er zit een chemisch verschil tussen tranen van vreugde en verdriet’

Toen ik pas op een begrafenis was, leek de vloed niet te stoppen. Ik voelde me net een klein kind dat niet anders kon dan snikken en snotteren. Toen ik op de terugweg met mijn vriend in de auto zat, zei ik hem dat ik het enorm vervelend vond dat ik me zo had laten gaan. ‘Het zou toch raar zijn als het je niks zou doen?’ zei hij. Zijn nuchtere antwoord nam mijn schaamte in één zin weg. Wat maak ik mezelf vaak druk over emoties waar ik geen controle over heb. Soms is het principe van ‘laat het gaan’ het antwoord.

Wat ik bijzonder vond om te horen van Dominee Vergunst, is dat er een chemisch verschil zit tussen tranen van blijdschap en tranen van verdriet. Als je deze twee soorten tranen onder de microscoop legt is te zien dat er in de traan van verdriet een stofje zit wat je depressief maakt. Een stofje wat je lichaam verlaat door het eruit te huilen.  Dus welkom of niet, soms moet je de waterlanders even op je af laten komen. En daarin vasthouden aan deze tekst uit Openbaringen: ‘ En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, nog gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.’

Beeld Marije de Bonte // tekst Hanna

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *