COMPLICATIES IN DE ZWANGERSCHAP #2

De gynaecoloog komt de kamer binnenlopen, zojuist terug van zijn overleg met het team. Het team bestaat uit vier verschillende specialisten met ieder een iets ander vakgebied. Een kindercardioloog die het liefst onze baby direct geboren ziet worden, omdat hij in geval van nood direct ons kindje kan opereren.

Een neonatoloog met expertise van vroeg geboren baby’s. Twee gynaecologen die ons kindje het liefst zo lang mogelijk in de buik laten groeien. Mijn vrouw en ik hebben ondertussen al besloten dat mochten we voor de keuze staan we ons kindje het liefst zo lang mogelijk laten zitten. Zelf kennen we ons kindje ondertussen al een beetje en zien wij geen signalen die echt verontrustend zijn. Ons kindje is elke dag erg druk en geeft een levendige gezonde indruk. Het bij vlagen hoge hartritme is volgens ons te wijten aan het drukke karakter. En mijn vrouw is redelijk medisch onderlegd en ik vertrouw ook op haar expertise. De gynaecoloog vertelt ons gelukkig dat directe geboorte nog niet nodig is, maar hij is ook nog niet volledig gerustgesteld. De volgende dag moeten we opnieuw komen voor een echo met twee kindercardiologen die het hartje nog eens volledig gaan nakijken. Zo zitten we een dag later in hetzelfde kamertje maar nu met twee kindercardiologen. Ondertussen voelen we ons helemaal thuis in ziekenhuizen en babbelen we gezellig met de specialisten mee over zaken waar we denken verstand van te hebben. 

Na een lange echosessie met veel duidelijk onduidelijke beelden krijgen we het verlossende nieuws. Ons kindje lijkt geen afwijkingen te hebben en de afwijking in het hartritme is onschuldig. Opgelucht zeg ik tegen m’n vrouw: ‘Toch nog thuis bevallen zoals je graag wilde!’ De blik op het gezicht van de specialisten doen me direct vermoeden dat ik daar heel ver naast zit. ‘Toch medisch bevallen, dat is wel zo veilig!’ verbeter ik mezelf. De specialisten knikken goedkeurend. En zo mogen we in plaats van elke dag, elke week naar het ziekenhuis voor ‘normale’ controle. 

De volgende controle in het ziekenhuis worden weer geconfronteerd met de groei van ons kindje. ‘De beenlengte is prima, maar de buikomvang is te klein. Uw kindje zal waarschijnlijk te klein geboren worden, we zullen u dus geen dag langer als 40 weken laten lopen’, verteld de gynaecoloog ons. We knikken en glimlachen. We weten ondertussen dat alles vanuit gemiddelden wordt berekend en zijn ervan overtuigd dat ons kindje gewoon dun en lang is. Dat zit namelijk wel een beetje in de genen, dus we maken ons er totaal niet meer druk om. We gaan ons rustig voorbereiden op de komende bevalling.

Dit is het achtste deel in de serie columns van Maarten Verloop waarin
hij beschrijft hoe hij met zijn vrouw toegeleefd heeft naar de geboorte van hun
eerste kind. De komende weken verschijnt er wekelijks op deze plaats een deel
uit deze serie.

Beeld dankzij Willeke Terlouw Fotografie. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *