VAN MOODBOARD TOT MODEFABRIEK

‘God heeft kleding gemaakt en ik geloof dat ik daarvoor mijn talenten mag inzetten.’ Pinterest is haar beste vriend en eigenlijk was ze van plan om interieurstyliste te worden. Inmiddels bedenkt Rosa al jaren met haar collega’s bij College Style welke kledingstukken er in de winkel komen. Vandaag geeft ze ons een kijkje achter de modieuze schermen. 

WAS JE ALTIJD AL WEG VAN KLEDING?

‘Nee, mijn fascinatie daarvoor is pas later begonnen. Ik heb een creatieve moeder die quilts maakt, en ik vond het altijd heel leuk om met haar mee te gaan wanneer er nieuwe stoffen uitgekozen werden. Op de middelbare school begon kleding mij pas te interesseren. Ik wist nooit wat ik wilde worden, de ene keer was het juf en de volgende keer politieagent. Het kiezen na de middelbare school ging zeer moeizaam.’

WAT MAAKTE EEN STUDIEKEUZE LASTIG VOOR JOU?

‘Ik kom uit het reformatorische milieu, waar ik merkte dat creativiteit toch een ondergeschoven kindje is. Uiteindelijk ben ik naar het hout- en meubileringscollege gegaan. Toen ik afgestudeerd was, kon ik mijn creativiteit kwijt als interieurstyliste. Toch merkte ik dat ontwerpen op kantoor het meeste bij mij paste. Destijds was het crisis, dus de baanmogelijkheden op dit vlak waren nihil. Totdat mijn moeder een advertentie van College Style in de krant zag staan. Er was een vacature voor junior styliste. Ik dacht: ik ga het gewoon proberen. De rest is geschiedenis.’

HOE HEB JE DE OMSCHAKELING TUSSEN DE INTERIEUR- EN MODEWERELD ERVAREN?

‘Ik werd bij College Style intern opgeleid. Zo volgde ik een cursus, kreeg ik alles te weten over kwalitatief goede stoffen en werd ik meegenomen naar beurzen. Destijds woonde ik thuis, dus ik had er lekker de tijd voor om alles uit te vogelen. Ik vond het allemaal reuze interessant en wilde graag meer weten over dit wereldje.’

WAAR HAAL JIJ JE INSPIRATIE VANDAAN ALS STYLIST?

‘Bij het bezoeken van de beurzen doe ik veel ideeën op wat betreft kleuren en prints. Pinterest is ook mijn beste vriend. Alle ideeën die opdoe, teken ik digitaal uit. Vervolgens verzamel ik deze en maak ik voor mezelf een moodboard zodat ik kan zien waar ik naartoe wil. Aan de hand van het moodboard ga ik kleuren kiezen die de basis vormen van de collectie. Je hebt daarvoor een algemeen kleurensysteem; ook wel de pantone kleuren genoemd.’

Waar wij vroeger het merk waren van de rokken, is dat beeld inmiddels vervaagd. Vandaag de dag onderscheiden wij ons door onze eigen stijl en de hoge kwaliteit.

HOE GAAT HET PROCES VERVOLGENS IN ZIJN GANG?

‘Aan de hand van de moodboards laat ik aan de leveranciers en agenten met prints zien welke richting ik op wil. Vervolgens ga ik inhoudelijk kijken naar modellen en nog meer ideeën bedenken, bijvoorbeeld welke mouw ik erop wil zetten. Hierbij streef ik ernaar om een onderscheidend kledingstuk neer te zetten dat goed binnen de collectie past. Vervolgens gaan we tekenen; er worden stijlsheets gemaakt en technische tekeningen voor de leverancier. Alle details worden hierin meegenomen, van de knoop tot de rits. Ook stuur ik een maatschema naar de leverancier op. Vervolgens gaat de leverancier aan de slag en sturen ze ons een sample. Deze zijn vaak in mijn maat, dus ik kan deze zelf passen. Samen met het team inkoop gaan we kijken wat we ervan vinden en waar wat vanaf kan. We blijven net zolang passen tot het goed is.’

HOE VIND JE HET TECHNISCHE GEDEELTE VAN JE WERK?

‘Wat betreft het technische gedeelte geldt: al doende leert men. Ik vind het leuk dat dit aspect van mijn werk zo bepalend is voor het uiteindelijke kledingstuk. Het bepaalt de hele vorm en het hele model.’

WAT STAAT ER TE DOEN WANNEER HET PRODUCTIEPROCES VOOR JOU KLAAR IS?

‘Het is niet dat ik dan tijd heb om achterover te leunen. De collecties lopen altijd door elkaar heen, dus er is genoeg werk aan de winkel. Het proces van ontwerpen tot tekenen probeer ik in één lijn te doen, het is per collectie verschillend hoelang dit duurt. Soms moet je er even naar zoeken en de andere keer loopt het wat minder soepel. Meestal neemt het maken van een collectie vier tot vijf maanden in beslag van begin tot het eind.’

WIE DENKEN ER MET JOU MEE IN HET PRODUCTIEPROCES?

‘We hebben de inkoop die veel meekijkt. Zij zijn wat commerciëler; als ontwerper kan je doorslaan in een leuk ontwerp dat uiteindelijk niet veel mensen aanspreekt. In het begin van mijn loopbaan vond ik het best wel zoeken naar de balans hiertussen. Hoe langer je met elkaar werkt, hoe meer je daarop inspeelt. Als ik een model heb getekend, stuur ik het naar inkoop. Zij werken het verder uit. Sinds een tijdje heb ik er een junior stylist bij gekregen. Het label Emma past goed bij mij, maar is niet helemaal mijn eigen stijl. Juist omdat je binnen bepaalde kaders werkt, kan je je makkelijker verplaatsen. Ik zou het heel lastig vinden om iets voor mijzelf te ontwerpen bijvoorbeeld.’

HOE DUURZAAM ZIJN JULLIE?

‘College Style is zich bewust van de impact van de kledingindustrie op de maatschappij en milieu. Met hun MVO-beleid zetten ze kleine stappen naar een meer eerlijke en milieuvriendelijke manier van produceren. Bewuste keuzes in leveranciers en duurzame alternatieven voor materialen.
“Door deze keuzes kan het voorkomen dat onze prijzen hoger kunnen liggen als de Zara bijvoorbeeld. Het streven naar unieke en duurzame artikelen is een duidelijke keuze richting een betere toekomst. Zo gaan we samen voor een duurzamer College Style.’

WAARIN ONSCHEIDT COLLEGE STYLE ZICH?

‘Er is in Nederland ontzettend veel te verkrijgen. Alles is al een keer verzonnen, bij wijze van spreken. Het modebeeld is niet meer zo duidelijk als twintig jaar geleden. Mensen zijn een stuk individualistischer geworden wat dit betreft. Ik heb het idee dat nu alles kan. Er is niet een bepaalde modetrend heel erg in, maar er is veel onderscheid in stijlen. Waar wij vroeger het merk waren van de rokken, is dat beeld inmiddels vervaagd. Vandaag de dag onderscheiden wij ons door onze eigen stijl en de hoge kwaliteit. We hebben kleine collecties, dus onze kledingstukken zijn uniek.

We bouwen onze collectie rondom een opvallend kledingstuk; oftewel de kers op de taart. Daarbij heb je de basiskledingstukken, dat is ook wat de klant vraagt. Daarnaast willen we op een basisrokje bijvoorbeeld wel een vernieuwende trui aanbrengen. Het blijft zoeken wat de klant wil; wil ze romantisch met een detail erbij? Of juist meer opvallend? We proberen nu eigentijdse kleding aan te bieden die tijdloos te dragen is.

Bij College Style is Emma op dit moment een (klein) onderdeel van ons merkenpakket. De komende jaren gaat het aandeel van Emma wel groter worden in onze winkels en webshop. Emma gaat het belangrijkste merk worden voor de 20+ doelgroep. Het uiteindelijk doel is om collecties aan te bieden voor iedere generatie (dochter-moeder-oma). Belangrijk voor Emma is dat het altijd een Mix & match serie is (i.c.m. basics). Met enkele items kun je je volledige garderobe opfrissen.’

Benieuwd naar de collectie van Emma? Neem dan hier een kijkje.

DIT ARTIKEL IS IN SAMENWERKING MET COLLEGE STYLE // TEKST HANNA KATER // BEELD COLLEGE STYLE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *