DE KAALVRETER

Machteld Siegman ontleent de titel van haar debuutroman “De kaalvreter” aan de tekst uit Joel 1:4: ‘Wat de knager overliet, dat vrat de sprinkhaan; wat de sprinkhaan overliet, dat vrat de verslinder; wat de verslinder overliet, dat vrat de kaalvreter.’

De kaalvreter is de verslinder die alles opeet wat er na de knager, vreter en verdelger nog overgebleven is. Uiteindelijk blijft er dus niets over en is alles weg. Dit heeft betrekking op de leegte die de hoofdpersoon Leie Blum in haar innerlijk ervaart. Er is iets wat haar opvreet van binnen, maar niemand weet wat. Er wordt op een fascinerende manier beschreven hoe onvervulde hoop en wachten op iets wat nooit gaat komen je uiteindelijk verslindt. Is er nog genezing mogelijk?

Het boek begint in 1942, tijdens de oorlog. Leie wordt als driejarig meisje door een vreemde man naar een pleeggezin wordt gebracht. Het voelt voor haar alsof ze weggegeven wordt door haar ouders. Het wachten begint, en met het wachten komt ook het zwijgen. 

Het verhaal leest vlot en de verhaallijn wordt afgewisseld door passages uit het verleden – in haar pleeggezin in Zanegeest – en het heden waarin Leie getrouwd is met Dirk en met haar twee zonen Meeus en Anton in de Krimpenerwaard woont.

Leie denkt dat ze door te trouwen met Dirk krijgt waarop ze zo lang heeft gewacht. Het wordt zelfs beschreven als een bovennatuurlijke aanwijzing dat ze met Dirk mee moet gaan als ze hem voor het eerst ontmoet. In de zomer van 1974 wordt haar leven ontwricht door het overlijden van haar pleegmoeder. Ze gaat naar de begrafenis maar kan niet leven met haar man en zonen zoals voorheen. Het zwijgen valt weer op. Leie kan geen emoties meer uiten. Haar psychische ontwrichting wordt door een inkijk in haar gedachtewereld op een betekenisvolle manier beschreven. 

We zien in dit verhaal de impact van een gezinslid met een psychische stoornis ten gevolge van traumatisering door de oorlog.

Ieder hoofdstuk in het heden wordt beschreven vanuit een van de vier personages: Leie, Dirk , Anton en Meeus. De beschrijving van onuitgesproken gedachten maakt dat je begrijpt wat er in de personen omgaat, terwijl dit niet uitgesproken wordt binnen het gezin. Het contrast tussen de gedachten van de personages in lange soms poëtische volzinnen en de summiere onderlinge communicatie met vaak afgebroken zinnen is opvallend mooi beschreven. Dit maakt dat ik bij het lezen soms dacht: “Zeg het nou maar!” Dat wordt echter niet gedaan, terwijl de lezer het wel weet.

We zien in dit verhaal de impact van een gezinslid met een psychische stoornis ten gevolge van traumatisering door de oorlog. Daarnaast wordt zichtbaar welke schade er optreedt doordat er onderling niet gecommuniceerd wordt. Ieder gezinslid probeert dit op zijn eigen manier te verwerken, waarbij de draaglast vergroot wordt.

Het open einde laat de vraag bij de lezer hoe het nu verder zal gaan. Geen happy end dus. Het zou wel een begin van een proces van herstel kunnen zijn.

Het boek heeft me vanaf het begin tot het einde geboeid. Dit komt met name omdat het hele verhaal pas aan het eind van het boek als puzzelstukjes in elkaar valt. Een minpuntje van het boek vind ik het taalgebruik. Ik heb me gestoord aan het misbruiken van Gods naam in dit boek. De tekst waar de titel van het boek op gebaseerd is deed vermoeden dat de schrijfster een christelijke achtergrond heeft. Dan zou ze ook kunnen weten dat ze de lezersgroep met deze achtergrond hiermee kwetst. Een gemiste kans, want hierdoor is het geen aanrader.

TEKST L.J.D. KATER // BEELD MEMORIES BY MARLEEN, GEMAAKT BIJ B&B DE KOORNZAK TE MIDDELBURG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *