TROOST IN ZIJN TEGENWOORDIGHEID

‘Het leven is een prachtig geschenk, maar ook een grote uitdaging en meestal verre van eenvoudig.’ Hannelie verliet haard en huis met haar gezin om het evangelie te verkondigen in Afghanistan. ‘Ik ging in mijn eentje naar Zuid-Afrika terug, terwijl mijn drie gezinsleden in stalen kisten in de buik van een Boeing 777 overgebracht werden.’ In het boek De hoogste prijs deelt ze haar getuigenis.

Slapeloze nachten had ze ervan. Haar man Werner had het verlangen om naar Afghanistan te gaan. Een oorlogsgebied. Zonder verzekering. Hoe moest dat met haar kinderen Rodé en Jean-Pierre? Wat als het gezin iets zou overkomen? Hannelie schrijft hierover: ‘Nadat ik lange tijd over deze kwestie ingezeten had, ervoer ik op een dag dat God wilde dat ik ook dit aan Hem overgaf en Hem volledig vertrouwde. Jehova Jireh. De Heere zal voorzien. Dat is Zijn Naam. Hij wilde dat ik begreep dat Hij overal boven staat, en Hij wilde dat ik ook voor onze financiën op Hem vertrouwde.’ Ook al waren er mensen die niet veel begrepen van de weg die het gezin ging, hun roeping was helder. Er lag een opdracht voor het gezin in Kabul.

Voor het gezin naar Kabul vertrok, woonden ze in Zuid-Afrika. Hier diende Werner een grote gemeente. In Afghanistan is 99 procent van de bevolking Islamitisch. Op de Ranglijst van Christenvervolging staat het land al jaren op nummer 2. Vrouwen horen in dit land niet alleen de straat op te gaan, enkel onder begeleiding van hun man. De cultuurshock was zo groot voor het gezin dat ze weleens op het punt stonden om te vertrekken. Het verkeer zorgde ook voor uitdagingen. ‘Automobilisten in Kabul doen sterk denken aan een kudde schapen zonder herder. Zodra er een gaatje valt, schiet iedereen eropaf. Het is een machtsstrijd die grote verkeersproblemen veroorzaakt. De bestuurders van grote voertuigen winnen.’ Het land bood uitdagingen, angsten en onzekerheden. Hannelie schrijft: ‘God wilde dat ik aan mezelf zou sterven. Ik moest mijn comfortabele leventje afleggen, mijn kruis opnemen en Hem volgen. In het proces van gehoorzaamheid zegende Hij me met méér van Zichzelf. Elke dag klampte ik me sterker aan Hem vast en ik vond troost in Zijn tegenwoordigheid.’

Ik moest mijn comfortabele leventje afleggen, mijn kruis opnemen en Hem volgen.

Niet alleen het verkeer, de andere cultuur en de beperkte voorzieningen deden een beroep op het leven van het gezin Groenewald. Toen Hannelie aan het werk was, werden Werner, Jean-Pierre en Rodé vermoord tijdens een brute, voorbedachte aanslag in het gebouw waar Werner zijn werk verrichte. Hartverscheurend. Krachtig schrijft de weduwe hierover: ‘Als we Jezus met ons hele hart volgen, zijn daar kosten aan verbonden. Het is niet moeilijk om met je tong te belijden dat Hij jouw Zaligmaker is, maar het is iets heel anders om dat in het echte, vijandige leven in praktijk te brengen. Waarschuwde Jezus Zijn volgelingen niet dat ze vervolgd zouden worden? En als dat gebeurt, zei Hij, moeten we opspringen van vreugde, omdat ons loon in de hemel groot zal zijn. De pijn van vervolging werd Hem niet bespaard. Waarom zouden wij dan iets anders verwachten?’ Vanuit aards perspectief leek de roeping naar Afghanistan aan dwaze onderneming, maar vanuit geestelijk perspectief beslist niet.

Hoe overleef je een periode van verdriet en duizend vragen? Terwijl je in een land verblijft waar je dierbaren om het leven gebracht zijn? Hannelie schreeuwde het uit naar God, vol verwarring en ontreddering. Hij liet haar niet los. ‘Het was alsof ik nog maar nauwelijks bestond, alsof ik slechts overleefde door keer op keer adem te halen. Mijn hele leven lag ondersteboven. Ergens in mijn onderbewuste wist ik dat ik me aan God moest vasthouden en Hem niet los moest laten. Hij was er. Hij was bij mij. Daar klampte ik me aan vast als een drenkeling aan een reddingsboei. Het einde van deze tragedie leek een eeuwigheid weg.’ Toen Hannelie weer terug in Zuid-Afrika was, werd ze opnieuw teruggeworpen op het vertrouwen in God. ‘ Als een geblinddoekt kind hield ik Gods liefdevolle hand vast, terwijl ik me de andere op deuren klopte om te zien welke er opengingen en welke gesloten bleven. Dat kloppen was nodig, zo wist ik, want hoe zouden ze anders opengaan? Waar God ons leidt, stelt Hij ons ook in staat Zijn wil te doen.’

Terwijl ik met een sluimerend vakantiegevoel aan het lezen was, maakte dit boek een diepe indruk op mij. God loven met de mond is niet zo moeilijk, helemaal niet wanneer we een comfortabel leven leiden. Zeg ik hiermee dat we allemaal maar naar de andere kant van de wereld moeten verhuizen en het roer drastisch om moeten gooien? Nee, God roept ons waar we geplaatst zijn. Voor de één zal dat inderdaad een land ver weg betekenen, voor de ander een leven met een kruis of met voorspoed. Dichtbij Hem leven, met alles wat ons gegeven of van ons teruggenomen wordt. Hem als Anker in dit leven, zodat we mogen weten dat we onze hoop mogen vestigen op de eeuwigheid die voor ons ligt. Dat is mijn hoop en gebed.

Meer lezen over het boek? Neem dan hier een kijkje.

TEKST HANNA KATER // BEELD LONIEKE WAAYENBERG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *