AAN MIJ ZIE JE NIETS

De schrijfster Bianca de Vrind-Zegers van het boek “Aan mij zie je niets” schrijft haar persoonlijke  verhaal over hoe het is om op te groeien als autistisch meisje in een omgeving die daar niets van weet. De boodschap die de schrijfster met dit boek wil meegeven is dat ze wil laten zien dat wat je aan de buitenkant van iemand ziet, eigenlijk maar een topje van de ijsberg is die hem vanbinnen drijft. Ze gelooft dat er in ieder geval Eén is die je wel ziet en van je houdt.

De hoofdstukken beschrijven afwisselend het verleden vanaf haar jeugd en de tegenwoordige tijd als echtgenote en moeder van drie kinderen. De Vrind beschrijft op een fascinerende wijze hoe de wereld om haar heen door haar ervaren wordt. Het zich onbegrepen voelen en de daarmee gepaard gaande eenzaamheid komen duidelijk aan de orde. De schrijfster probeert zich op allerlei manieren aan te passen, maar weet niet hoe. Dit maakt de verwarring en de eenzaamheid alleen maar groter.

In de inleiding geeft de Vrind door middel van een gedicht aan om weer te geven wat ze voelt. Het middelste couplet vond ik het meest treffend:

Mijn brein borrelt

verwart de wol die mij

kriebelig kookt.

Een knoop knarst vast in mijn hoofd

En er rest mij niets dan

starre stilte of ruwe razernij, 

verholen huilen,

schuilen.

Dit komt in haar levensbeschrijving steeds duidelijk naar voren. Verwarring, een vol hoofd met gedachten die over elkaar heen tuimelen wat het moeilijk maakt om geconcentreerd bezig te blijven met wat je moet doen, mensen om je heen die van alles van je vragen terwijl je niet weet hoe je dat moet doen. Er klinkt veel verdriet en eenzaamheid door in het boek, die leiden tot depressieve gevoelens en automutilatie. Af en toe is er ook een vastklampen aan personen die haar lijken te accepteren zoals ze is, maar waarmee ze toch weer teleurgesteld uitkomt. Behalve haar echtgenoot, haar rots in de branding en steun en toeverlaat.

Tijdens het lezen van dit boek heb ik bewondering gekregen voor de man van Bianca. Ik vraag me af hoe het voor hem moet zijn om als enige niet-autistische persoon(neem ik aan) in dit gezin te zijn. Alle drie de kinderen blijken namelijk ook een aan autisme verwante stoornis te hebben. Tijdens de diagnostisering van de kinderen en de ouderbegeleiding wordt pas duidelijk dat de Vrind zelf ook autisme heeft. Dat is op haar veertigste. De worsteling die ze beschrijft om dit onder ogen te durven zien vind ik treffend en knap beschreven. Hiermee laat ze naar mijn mening heel goed zien dat er vanuit het verleden een stigma is geweest op autisme. Het getuigt van kracht door kwetsbaarheid om het onderzoek aan te gaan, uiteindelijk zelfs een gezinscoach te accepteren en er sterker uit te komen. Aan het eind van het boek is de Vrind niet als een persoon met autisme maar een persoon die zich geliefd en begrepen voelt door Zijn Schepper en er mag zijn in het plan wat Hij heeft bedacht.

Halverwege het boek vond ik het wel wat “zwaar” om door te lezen omdat het in mijn beleving een aaneenrijging was van hoofdstukken vol mislukkingen, teleurstellingen en verdriet. 

Om de leesbaarheid te vergroten en het beeld niet al te zwartgallig te laten zijn had ik hier persoonlijk ook iets willen lezen vanuit het gewone leven wat wel vreugde gaf.

 Aan het eind van het boek komt dit beter uit de verf en wordt de drievoudige zegen uiteindelijk beschreven.

Voor iedereen die te maken heeft met autisme of hier gewoon meer van wil weten omdat er veel mensen zijn met autisme vind ik dit boek zeker een aanrader! Door de toegevoegde appendix met informatie over autisme krijg je een goed beeld over de impact daarvan op verschillende gebieden. Ik zou leken op het gebied van autisme willen adviseren eerst de appendix te lezen. 

TEKST L.J.D. KATER // BEELD BERNICE DE WIND

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *