GEEF MIJ GELOOF

Of het nu een warme zomer of een kille winter is, er zijn bepaalde woorden die we elke week opnieuw horen. De ouderling op de ‘minipreekstoel’ of de dominee op de kansel lezen de woorden voor die inmiddels als bekende meubels in het huis van je hart aanvoelen; de Twaalf Artikelen. Wat betekent deze belijdenis nu voor ons persoonlijk?

Bram van der Horst, docent godsdienst, schreef eerder een boekje over de Tien Geboden. Inmiddels heeft hij ook een boekje geschreven over de Twaalf Artikelen. Hij schrijft hierover: ‘Zoals het belangrijk is om je in de wet te verdiepen als leefregel voor onderweg, is het ook essentieel om je te verdiepen in wat het geloof inhoudt. Vaak worden deze artikelen gedachteloos opgezegd en dat vind ik bijzonder jammer!’ Als ik deze woorden lees, bedenk ik me hoe schadelijk vanzelfsprekendheid soms kan zijn. De diepe waarden van de woorden kunnen plaatsmaken voor gewenning als we ze gedachteloos aanhoren, die de auteur omschrijft als ‘dode letters’. In de geloofsbelijdenis ligt verbondenheid met andere kerken, hoe groot de verschillen soms ook kunnen lijken.

Artikel 2 van de geloofsbelijdenis gaat over het geloof in de eniggeboren Zoon van Jezus. De auteur benoemt de drie soorten liefde die we in de Bijbel tegenkomen: philia (kameraadsliefde), agapè (onbaatzuchtige liefde) en eros (belichaming van liefde).’Wanneer we het hebben over de liefde tussen de Heere en Zijn kinderen, gaat het over de tweede: agapè. God heeft alles voor Zijn kind over, zelfs het leven van Zijn eigen Zoon!’ Deze liefde draagt ons elke dag en spoort ons aan om mee te zingen met de woorden die Theodore Monde schreef:

Day by day His tender mercy

Healing, helping, full and free,

Sweet and strong, and oh! so patient,

Brought me lower while I whispered

“Less of self, and more of Thee.’’

In Artikel 3 lezen we dat Jezus ‘ontvangen is uit de maagd Maria’. Wat betekenen deze woorden, waarom zijn ze zo van belang dat we ze terugvinden in onze geloofsbelijdenis? De woorden geven aan dat Jezus gelijk geworden is aan de mensheid. Onbegrijpelijk, een gegeven waar we alleen maar stil van kunnen worden. Het is een troost dat Hij mens werd, omdat Hij daardoor uit eigen ervaring weet wat wij doormaken. Van der Horst schrijft: ‘Kijk eens even in de spiegel van je eigen leven. Hij weet wat het is om broers en zussen te hebben. Hij weet wat het is om niet begrepen te worden. (…) Tot slot wil ik uitlichten dat ook Jezus verdriet heeft gehad. Hij begrijpt jou dus, wanneer je verdriet hebt. (…) Het is zo moeilijk om uit te leggen wat jouw verdriet precies inhoudt en hoe jij je voelt, maar Jezus begrijpt het. Vertel Hem in gebed alles wat je bezighoudt, verdrietig maakt of juist blij.’

In Artikel 5 gaat het over de opstanding van Jezus, waar de auteur heen wijst naar de eeuwige toekomst die Gods kinderen wacht. Een toekomst die onbeschrijflijk zal zijn, een vooruitzicht waar we hier alleen vol bewondering aan kunnen denken. Na de opstanding voer Jezus op naar de hemel, waar Hij nu zit aan de rechterhand van de Vader. Hoewel Hij niet meer fysiek bij ons is, verlaat Zijn trouw ons nooit.  ‘Hij liet Zijn Kerk fysiek achter, maar Hij laat haar niet in de steek! Nu kijkt Hij weer vanuit de hemel naar beneden, nog steeds is er niemand die goed doet. Alleen zijn er wel mensen die Hij kocht met Zijn bloed. Naar de gebeden van die mensen luistert Hij. Hij kijkt vol liefde op hen neer en stuurt Zijn Geest naar Zijn kinderen. Zo blijft Hij heel dicht bij hen.’

Meer informatie over het boek kan je hier vinden.

BEELD BEELDBEIGE // TEKST HANNA KATER

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *