DURF ALS RODE DRAAD

De gedachte om naar het eiland toe te zwemmen liet me niet los. Ik vond het een doodeng idee om me helemaal alleen op die grote zee te begeven, en ik betwijfelde of ik door de stroming heen zou kunnen zwemmen. Maar tegelijkertijd leek bij het wrak blijven me ook uitgesloten. Als ik wilde overleven, dan moest ik me niet hier, midden op de oceaan, aan een paar stukken wrakhout vastklampen.’

Doorzettingsvermogen en durf vormen de rode draad door het verhaal van Els Visser. In het boek Geen zee te hoog: hoe ik een schipbreuk overleefde en de beste triatlete van Nederland werd lezen we haar verhaal, opgetekend door Thomas van den Bergh. In de pers is veel geschreven over het indrukwekkende verhaal van de schipbreuk, maar dat was niet het enige dat mijn bewondering wekte toen ik het boek las. Het leven van een triatlete is een boek op zich waard. Vandaag deel ik graag een paar inzichten uit dit fascinerende boek.

Liever klimmen dan dalen

Waar ik altijd geniet van een afdaling na een heuvel als ik aan het fietsen ben, werkt het bij Els juist andersom. De bergen die zij beklimt met haar fiets, zijn in vergelijking met Nederlandse heuvels dan ook niets. Maar toch: haar voorkeur voor klimmen laat iets zien van haar gedrevenheid. ‘Jammer dat je na een lekker stuk klimmen altijd weer naar beneden moet.’ Als ik lees over de duizelingwekkende traningschema’s die de triatleet doorloopt, geniet ik nog meer van het theetje en de rust als ik aan boek aan het lezen ben. Haar leven ademt ijver en doelgerichtheid.

Tegen de stroom in

‘Ik lag naast Gaylene, keek haar doordringend aan en vroeg: ‘Wat gaan we doen, Gaylene?’ Gaylene antwoordde: ‘Let’s swim.” Na de schipbreuk zat Els met een groep andere toeristen op de boot die langzaamaan dieper zonk. Er begonnen groepsdiscussies en de tijd verstreek. In plaats van afwachten besloot ze te gaan zwemmen, ook al waren er anderen die dit geen goed idee vonden.  

De boot die zonk.

Koffiedrinken doe je maar na het fietsen

Als ik het boek doorlees, vallen me de grenzen op die Els voor zichzelf blijft verleggen. Ze laat zich niet uit het veld slaan door een tegenslag en houdt haar doel voor ogen. ‘Misschien is dit wat ze ‘winnaarsmentaliteit’ noemen: je traint voor jezelf, en om je eigen doelen te behalen. Je bent niet voor de gezelligheid in de groep. Als er voortdurend gewacht moet worden, dan helpt je dat gewoon niet verder dus je hebt niets aan je sociale instincten. Zoals m’n coaches wel eens zeiden: ‘Koffiedrinken doe je maar voor of na het fietsen. Niet tijdens.” Dit boek motiveert om de focus die Els heeft, zelf ook vast te houden, op welk gebied ook. Zoals mijn moeder vroeger altijd zei: ‘Eerst taak, dan vermaak.’ Als de taak volbracht is, pleziert het vermaak des te meer.

Bron: Sonja Stengewis

Niet- helpende gedachten

Het is overbekend dat ons gedrag gestuurd worden door onze gedachten. Hierover zegt Els: ‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk, maar ik probeer me zo min mogelijk door niet-helpende gedachten te laten leiden. Waarom zou ik me druk maken over dingen waar ik geen invloed op kan uitoefenen? Neem de weersomstandigheden – hoe nat of koud of winderig ook, het is voor iedereen hetzelfde. Het enige wat ik kan doen is een manier bedenken om er zo goed mogelijk mee om te gaan.’ Als ik deze woorden lees, moet ik even denken aan Edith Eger. Wat je ook overkomt, je vindt vrijheid in de keuze om te bepalen hoe je ermee omgaat.

Benieuwd naar het boek? Hier kan je meer informatie vinden.

TEKST HANNA KATER

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *