Schrijfsels

DE LES VAN DE JONGE PLANT IN EEN GEBROKEN POT

Zachtjes wiegt het jonge plantje op en neer. Hij staat in de vensterbank van het klaslokaal, een plek dat met zorg uitgekozen is.  De warmte van de zon streelt de jonge blaadjes van de plant. Het raam staat een stukje open waardoor een briesje het plantje laat voelen dat het leeft. Dan vliegt de deur open. Het briesje dat door het open raam naar binnen kwam ontplooit zich plotsklaps in een heuse windvlaag. Hiertegen lijkt de pot waarin het jonge plantje zit niet bestand. Hups, daar vliegt hij al over de rand van de vensterbank. Met een doffe klap valt de pot op de grond. Het breekt, in grove stukken, in kleine stukken. Overal ligt grond. Dan wordt het plantje tussen de scherven opgepakt. Handen omvouwen het, zetten het op een hoge plaats. Daar staat het jonge plantje dan. Fier overeind tussen de scherven, in wat ooit een pot was. 

Ik kijk naar het jonge plantje. Veerkrachtig staat het overeind. Op een scherf. Een scherf die ooit een pot vormde. Nu ligt hij tijdelijk als ondergrond om ooit ingewisseld te worden voor een nieuwe pot. De scherf lijkt iets te willen zeggen dat het onmogelijk is om iemand te vergeten die zoveel gaf om te herinneren’. Langzaam dwalen mijn gedachten af. Wat kan er veel verdriet zijn in een mensenleven. Verdriet wat gepaard gaat met rouw en verlies. Het is namelijk onmogelijk om iets of iemand te vergeten die/wat zoveel gaf om te herinneren. Dit lijkt de scherf te willen zeggen: ‘ondanks dat ik nu uit elkaar gevallen ben, zul je mij niet vergeten’. De scherf laat ook zien dat ‘loslaten’ enorm moeilijk kan zijn. Loslaten. Het geeft ook de mogelijkheid om dingen een plekje te geven, om van daaruit anderen bij te kunnen staan en te omringen. Om te omringen met liefde en zorgzaamheid.  

Mijn blik wordt weer teruggetrokken naar de jonge plant. Teer lijkt het plantje, toch straalt er kracht vanuit. Kracht die nodig is om te overleven. Niet alleen na rouw- en verlies wat eindigde in de dood, maar ook wanneer er levend verlies wordt ervaren. Levend verlies wat een plekje kan en mag krijgen, (on) bewust,  in de kern van ons bestaan. Rouw is namelijk een leven lang, daar herinnert de scherf van de eens zo mooie pot mij aan. Aan de mooie momenten, de herinneringen vol van hoop. Niet voor niets is rouw de achterkant van verlies. Rouw is levenslang, het verdriet van gehecht zijn. Gehecht aan personen die iets zijn overkomen en daardoor zo veranderd zijn, gehecht aan herinneringen en momenten die nooit meer terugkomen. Ook al kan dan de kern van de jonge plant aangetast zijn, is misschien de meeste grond die de wortels van de jonge plant omvingen verdwenen, toch zijn de wortels sterk. Ze zijn sterk omdat ze geleerd hebben te strijden, te spreken, te bidden, te hopen, te vergeven en lief te hebben. 

Eén blaadje van de plant lijkt geknakt. Ondanks dat het nog groen en fris lijkt, hangt het blaadje naar beneden. Het lijkt alsof dit blaadje de moed niet meer heeft om naar boven te kijken, te zoeken naar het licht. Zo kan het ook in een rouwproces zijn. Denk eens terug aan je eigen leven; wat kan er al veel gepasseerd zijn en wat kunnen er intense dingen spelen in het dagelijkse leven. Momenten die voorbij flitsen en herinneren aan wat was. Herinneringen die boven borrelen en die het hoofd naar beneden kunnen laten hangen, het hart terneer kunnen drukken. Toch is er hoop, want diep in de kern van de plant bloeit nieuw leven. Nieuw leven kan ervoor kan zorgen dat de kern, die door het dagelijks leven beschadigd kan zijn toch weer de moed vindt om door te gaan, om te herstellen, om voorzichtig naar de toekomst te kunnen kijken. 

Dan dwalen mijn ogen verder. Hoger, naar de lucht achter het nu gesloten raam. Wolken trekken langzaam voorbij. Mijn hart verstild. Nog eenmaal kijk ik naar de jonge plant in de gebroken pot. Dan wordt mijn blik weer omhoog getrokken, naar de strakblauwe lucht. Voorbijgangers zijn we op deze aarde. Pelgrims. Een pelgrim bewandelt niet altijd een makkelijk pad, zo nu en dan is het bezaaid met doornen. De doornen van verlies en rouw. Maar op dit pad mogen we gaan, langs onbekende wegen, zoekend als een reis die nooit stilstaat. Lerend, zwervend en dwalend totdat we komen waar we horen; Thuis.

PELGRIMAGE 

IK, PELGRIM
BEWANDEL
ONBEKENDE WEGEN
AL ZOEKEND
BEWEGEND
HARTKLOP ALS TRED
ZOEK IK VAN BINNEN
REIS DIE NOOIT
STILSTAAT

VERSTILD
AL LEREND
ZWERVEND
WEET IK AL DWALEND
MIJN BESTEMMING
KEER HUISWAARTS
HET PAD IS AL BEREID

_Gedicht uit ‘Hoor je hart’ (Van Eijk, 2022).

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *