EEN OPEN GESPREK ZONDER VOOROORDEEL

Sytze van der Veen wil met het boek Een stem uit de hemel het gesprek over geloof en ongeloof op een natuurlijke manier op gang brengen. In een interview met Reformatorisch Dagblad zegt hij: ,,Soms mis ik in christelijke literatuur de aandacht voor vragen en worstelingen rondom geloofsthema’s. De boodschap van hoop ligt er hier en daar wel erg dik bovenop. Op dit moment zijn er weinig christelijke schrijvers die uit hun comfortzone durven te stappen en die een niet-gelovige en een gelovige op dezelfde eerlijke manier beschrijven. Voor je het weet zit je met de boodschap: de ongelovige moet bekeerd worden want anders is hij ongelukkig. Maar zo voelt hij dat zelf niet. Iets van die houding wil ik graag naar voren brengen in mijn boek.”

Een open gesprek voeren met andersdenkenden zonder een vooroordeel te hebben, dat is het hoofddoel dat van der Veen heeft met dit boek. Voor het verhaal begint, krijgt de lezer een citaat van Oscar Wilde onder ogen: ‘We worden gevormd door ons verleden. We kunnen ons er niet van ontdoen.’ Het verleden blijkt nog weleens te knagen in het verhaal. Lennart Zomers, eerstejaarsstudent psychologie ontmoet Arthur Visser, een fervent atheïst. Dat is hij niet altijd geweest, hij groeide namelijk op in de reformatorische gezindte, waar zijn vader dominee is. Inmiddels studeren de jongemannen allebei en worden ze vrienden. Lennart Zomer is de hoofdpersoon in het verhaal. Hij ontmoet ook Tim, een blijmoedig christen. Hij deelt de kansberekening van Blaise Pascal: ‘Zijn beroemde weddenschap is: jij en ik kunnen niet bewijzen of God al dan niet bestaat. Dan moeten we gokken. Als je gokt dat Hij er niet is, maar Hij bestaat wel, heb je ontzettend veel te verliezen. Dan is er na dit leven geen hemel voor je. Gok je daarentegen dat Hij wel bestaat, en Hij is er toch niet, dan heb je niets te verliezen!’

Studeren ligt Lennard niet zo, liever schrijft hij. Wanneer Arthur wat verhalen van hem heeft gelezen, geeft hij hem zijn dagboekaantekeningen. Dat zijn er dozen vol. Hierbij geeft hij Arthur de opdracht om een boek te schrijven over zijn leven. De eerste pagina’s gaan over zijn vader: ‘Mijn vader, is iemand die weet, die de waarheid in pacht heeft. Toen ik kind was vond ik dat aantrekkelijk. Later stootte het me juist af. Ik houd van de twijfel. De wereld als labyrint, waarbij het niet zeker is of hij een uitgang heeft.’

Het verhaal is vlot geschreven, maar bestaat tegelijkertijd uit losse eindjes. Dit kan de boodschap versterken of oppervlakkig maken. In dit geval vond ik dat het verhaal vlak bleef. Daarnaast werden de gesprekken afgewisseld met extreem dramatische gebeurtenissen, die het verhaal eerder afzwakken dan versterken. De beeldige taal maakt veel goed. Bijvoorbeeld: ‘Blijkbaar past verdriet niet in mooie woorden.’ Of: ‘’Voor jullie is het even moeilijk als voor ons.’Was dat waar? Er zijn dingen die je onmogelijk kunt meten, en dit leek me er een.’ De missie van de schrijver maakt me nieuwsgierig naar zijn volgende titel.

Meer informatie over het boek kan je hier vinden.

Beeld dankzij: Jacobien Fotografie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.