HUILEND VADERHART

grayscale photography of baby holding finger

“Zo midden in de vreugde van ons prille ouderschap kijk ik naar mijn vrouw die naast mij zit met -onze Daan- levenloos in haar armen.”

Verwachten, uitkijken en verlangen, dat doe je wanneer je als ouders een kindje verwacht. Tijdens de zwangerschap groei je naar dit moment toe. En dan is daar het moment, jullie kindje wordt geboren. Wat een blijdschap bij dit nieuw geboren leven. In Huilend vaderhart wordt de lezer meegenomen in deze blijdschap die plotseling kan omslaan in grondeloos verdriet. De schrijver neemt ons mee in het verhaal van het gezin rondom de geboorte en het overlijden van Daan. Ook deelt de schrijver ervaringen vanuit zijn werk als zorgverlener. Want hoe tegenstrijdig is het als je zorg verleent aan anderen terwijl je zelf hulp nodig hebt?

Thijs en Mirjam verwachten hun eerste kindje. Blij en verwonderd over dit nieuwe leven worden de voorbereidingen getroffen. Mirjam houdt een dagboek bij en Thijs zoekt in het woordenboek naar de betekenis van het woord ‘vader’. 

Niet-pluis-gevoel

Dan wordt Daan geboren. Samen genieten ze intens van het prille ouderschap. Juist als ze hun draai gevonden lijken te hebben veranderd alles. Daan begint ’s nachts te huilen. Mirjam wil hem geruststellen maar dit helpt niet. “Zo kennen wij hem absoluut niet en wij vragen ons af of hij ergens pijn heeft.” Bezorgd nemen ze contact op met de Eerste Hulp. Daar krijgen ze het advies om de nacht af te wachten. De auteur schrijft hierover: “Ook al werk ik in de medische wereld, met een baby heb ik weinig ervaring.” Later die nacht blijft de temperatuur van Daan oplopen, ook reageert hij wat trager. Ze gaan naar de huisartsenpost waar de arts constateert dat hij waarschijnlijk oververmoeid is en misschien wel buikkrampjes heeft. Hij geeft hen wat adviezen mee waarna ze weer naar huis gaan. Als de zondag aanbreekt gaat Thijs naar de kerk en blijft Mirjam bij Daan thuis. Als Thijs thuiskomt vertelt Mirjam hoe het gegaan is, weer komt het ‘niet-pluis-gevoel’ naar boven. Als ze Daan proberen wakker te maken begint hij opnieuw klagelijk te huilen. Als Mirjam de slaapzak opendoet zien ze allemaal vlekjes op zijn huid (later blijken dit kleine puntbloedinkjes te zijn). De paniek slaat toe, samen met een zus, die op de kinderafdeling werkt, rijden ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Mirjam achterin de auto met Daan liefdevol in haar armen.

Losgescheurd

Eenmaal op de spoedeisende hulp blijkt Daan ernstig ziek te zijn. Als voorlopige diagnose wordt de bacteriële sepsis vastgesteld. “Daar ligt hij, in de traumakamer op de brancard, zonder mogelijkheid tot verweer, hulpeloos en zwak.” Dan wordt duidelijk dat Daan te ziek is om in het St Jansdal ziekenhuis in Harderwijk te blijven. Hij wordt overgeplaatst naar het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Zodra Daan weg is gaan Thijs en Mirjam innerlijk verdoofd naar het ziekenhuis in Utrecht. Er is een storm in hun leven gekomen, alles lijkt haar glans te verliezen nu ze zo tussen hoop en vrees leven. Bij het weerzien van Daan in Utrecht schrikken ze heftig, Daan zit helemaal onder de paarse vlekjes. Wat hen rust geeft is dat Daan slapende wordt gehouden en daarom niets merkt. Thijs schrijft hierover: “Ons kind wordt langzaam maar zeker in een aantal uren tijd van ons losgescheurd”. Als ouders moeten ze, samen met de grootouders, toezien hoe kun innig geliefde kind van hen wordt losgescheurd. Dan komen de artsen met het vreselijke nieuws dat ze niets meer voor Daan kunnen doen. De artsen stoppen uiteindelijk met het toedienen van vocht waardoor zijn bloeddruk steeds verder daalt. Als ouders voelen ze zich machteloos, toeschouwers ook. Dan mag Daan voor een laatste keer bij hen op schoot en sterft hij in hun armen. 

Na het overlijden van Daan komen Thijs en Mirjam beiden in een rollercoaster van emoties terecht. Beiden verwerken ze dit op hun eigen manier. Mirjam houdt een dagboek bij en Thijs probeert weer te gaan werken. Na een tijdje merkt hij dat zijn werk steeds meer glans verliest. Ook is hij veel met het overlijden van hun innig geliefde zoontje bezig. 

Muur van gebed

Na een lange zoektocht komt Thijs terecht op de ambulance. Hierover schrijft hij in deel twee van dit boek. In deel één beschrijft Thijs hoe hij het overlijden van Daan beleefd heeft als vader, in deel twee beschrijft hij zijn rol als hulpverlener. In het tweede deel geeft Thijs tips mee voor hulpverleners. Voor de lezer zijn dit waardevolle tips die als handvatten kunnen dienen. 

De stukjes uit het dagboek van Daan en de woorden van Thijs als een zorgverlener in rouw, zetten de lezer aan het denken. Vaak horen we dat “oude mensen moeten sterven en jonge mensen kunnen sterven”. In dit boek komt deze uitdrukking heel dichtbij. Voor altijd zal Daan als een herinnering met het gezin verbonden zijn. Onze kinderen zijn leenpanden en ooit zullen we hen moeten loslaten. Laten we dan, als een muur van gebed staan om rouwende ouders die ooit hun kindje verloren!

Meer informatie over het boek kun je vinden op: https://www.debanier.nl/huilend-vaderhart 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.