Schrijfsels

STAMELEN VAN GODS GROOTHEID

Haar ogen glanzen. Als we het avondgebed gebaren, maar ook als we in een wachtkamer zitten. Als ze een paar woorden meezingt met een Psalm, maar ook als er een beker omvalt. Ze hoeft de wereld niet helemaal te begrijpen om te stralen. Ze kijkt met de ogen van een kind, ook al zijn haar haren grijs.

Soms verlang ik om te kijken met haar ogen. Anders begaafd en daarom zo rijk. Puur en onbevangen. Als ik nadenk over Gods grootheid, voel ik me klein en nietig. John Owen schrijft dat we als mensen slechts kunnen brabbelen en stamelen van de voorstelling die we hebben van God. ,,Hij neemt onze kinderlijke gedachten aan, want ze zijn niet meer dan kinderlijk.’’ Wie zal Zijn Naam kennen zoals Hij is? ,,Wie is ten hemel opgeklommen en nedergedaald? Wie heeft de wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam Zijn Zoons, zo gij het weet? (Spreuken 30:2-4)’’

Ze zit op de bank, ik kijk haar aan. Langzaam vraag ik haar: ,,Hoe heet ik?’’ Even kijkt ze me aan met een bedachtzame blik. ,,Hanna!’’ Trots roep ik uit dat het klopt. En ik noem haar naam. Ik denk weer even aan de Naam der Namen. Ik roep Zijn Naam aan, zij het in gedachten of hardop. Alle namen die Hij draagt geven slechts een glimp van Zijn schoonheid. ,,We spreken veel over God. We kunnen de hele dag spreken over Hem, Zijn wegen, Zijn werken, Zijn raad. De waarheid is dat we heel weinig over Hem weten. Wij denken en spreken klein van God, veel van onze gedachten en woorden zijn Zijn heerlijkheid onwaardig en benaderen Zijn volmaaktheid nooit,’’ zo schrijft Owen. Het doet me denken aan de woorden van Rutherford. ,,Al waren alle zeeën inkt en alle grassprietjes pennen, dan zou ik nog niet in staat zijn om de liefde van Christus te omschrijven.’’

Soms denk ik dat een stukje van Zijn grootheid aangeraakt wordt hier. Wanneer de snaren van een viool bespeeld worden en vertolken wat er in mijn hart leeft. Als er een baby lacht, zich nog zo onbewust van alles om hem heen. Of wanneer het boek van de schepping zicht opent, tulpenvelden in felle kleuren afsteken tegen de blauwe lucht. Mijn ogen kunnen slechts Zijn goedheid zien. Owen schrijft hierover: ,,We kennen Hem beter door wat Hij doet dan door wat Hij is, door het goede dat wij van Hem ontvangen dan door Zijn goedheid.’’ Paulus wist het al, honderden jaren geleden.  ,,Wij zien nu door een spiegel in een duistere rede. (1 Korinthe 13:12)’’ We kijken slechts door een spiegel waar we vage gestalten zien. Met alle kennis die Paulus verkregen had, zag hij ook slechts als een kind naar de hemelse zaken. Gelukkig is dat niet alles wat hij schrijft. ,,…maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben. (1 Korinthe 13:12)’’ Nu blijft het stamelen, brabbelen en soms zwijgen vol verwondering. Verlangend naar dat wat zal zijn.

Beeld dankzij natuurliek.nl

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.