brown metal staircase and gray painted wall
Schrijfsels

‘IK HOOR HIER NIET’

Donkergrijs. Zo zou ik het gevoel dat mij als lezer van Paviljoen 3 bekruipt wanneer mijn ogen over de letters dwalen. Bette Howland beschrijft het leven in de psychiatrie en dat van haar medebewoners.

Het verhaal begint op een duister moment in het leven van Bette. De alleenstaande moeder kan de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen. Wanneer haar jongens uit logeren zijn, doet ze een zelfmoordpoging. Nadat ze in het ziekenhuis is opgenomen, mag ze kiezen tussen een gevangenisstraf of Paviljoen 3; de psychiatrie. Ze kiest voor het laatste.

Gehuld in een kamerjas en roze pantoffels zit Bette de eerste ochtend bij één van de patiëntenvergaderingen. ,,Ik moet eigenlijk meteen uitleggen dat ik daar niet thuishoorde. Maar dat spreekt vanzelf, niemand hoorde daar thuis. Dat was de gebruikelijk, de gemiddelde, je zou kunnen zeggen, de normale reactie.’’ Als Bette om zich heen kijkt, zie ze onverschillige gezichten. ,,Er was een andere, overtuigende verklaring voor de algehele indruk van verwaarlozing- en dat waren de kalmerende middelen. Die middelen waren het universele gegeven in het leven in Paviljoen 3, maar dat wist ik nog niet.’’ Deze passage doet me denken aan het artikel in NRC dat Jorn Albers schreef. De titel luidt: ‘In de ggz verdwijnen de mensen onder een berg pillen’. Volgens de verpleegkundige i.o., werkzaam in de GGZ, worden pillen als een vanzelfsprekendheid gezien. ,,Als ik met medicatie kom aanlopen, gaan als vanzelf de handen open. Hap, slik, weg.’’ Als er problemen zijn en er aangeklopt wordt bij de psychiater, wordt er volgens Albers gezocht naar een classificatie in plaats van hetgeen waar iemand op vastloopt. Hij pleit voor een terugkeer van de menselijke maat. ,,We moeten mensen gaan behandelen, geen ziekten.’’ De werkelijke last van geestesziekte is volgens Bette ,,Voor niets te lijden. (…) Er waren geen getallen, geen verklaringen. Niets was werkelijk, niets was betekenisvol.’’

,,Er was een andere, overtuigende verklaring voor de algehele indruk van verwaarlozing- en dat waren de kalmerende middelen.

In de ochtend groepsvisites, teamvergaderingen in de middag en patiëntenraad in de avond. Er heerst vreemdheid in de psychiatrie volgens Bette. ,,De meeste verhalen hadden dezelfde rode draad. De plaats waar onze kleding zich bevonden had iets te maken met onze leefsituatie, onze vervreemding. Dat begrepen we intuïtief: daarom waren we zo ongerust en in de war.’’ De meeste bewoners bezoeken geen activiteit. Er wordt gezocht naar activiteiten, zo ook wanneer één van de bewoners aan een medebewoner voorstelt om de geraniums water te geven. ,,Het was een lang, stralend najaar; het weer was perfect; uit de bloembakken in de vensterbanken kwam de geur van aarde. Onze verpleegster keek op van haar kleedje. Wat een goed idee! Misschien willen we allemaal wel de geraniums water geven? Er was altijd te weinig voor ons te doen. En zo kwamen we overeind en stonden in een rij te wachten en werd de gieter doorgegeven. (…) We moesten rustig aan doen, zuinig, zodat iedereen aan de beurt kwam. Er was water genoeg, maar er waren maar drie geraniums.’’ Op een droge manier beschrijft Bette de dagelijkse gebeurtenissen en het gedrag van haar medebewoners met veelzeggende details. Dit maakt dat het boek niet alleen schrijnend is, maar ook ‘heldhaftig grappig’, zoals Caro van Thuyne in het voorwoord schrijft.  

Bette Howland
Paviljoen 3
Vert. Barbara de Lange.
Koppernik; 240 blz. €23,50

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.