Schrijfsels

SCHRIJVERSLEVEN

Het gesprek met Hanneke Stark- ten Voorde gaat niet alleen over boeken, maar vindt ook tussen de boeken plaats. In de schrijfkamer staat een kast vol romans. De liefde voor schrijven begon al vroeg. Ze vertelt: ,,Als kleuter las ik al, ik vond het heerlijk om mij onder te dompelen in verhalen. Toen ik kon schrijven, maakte ik al snel verhalen.’’ Nadat Hanneke twee schrijfwedstrijden won, werd het toch echt tijd voor een eigen boek. Inmiddels schrijft ze aan haar derde boek. 

Aan de hand van uitspraken uit de verzamelde essays in Schrijversleven bevraag ik Hanneke over schrijven in de praktijk. 

‘Onderzoek alles intens en onvermoeibaar. Sonneer en onderzoek elk object in een kunstwerk.’

,,Op een gegeven moment ben ik maar gewoon begonnen met schrijven. Een briefje dat ik vond op de begraafplaats in Holten was de aanleiding van mijn eerste boek. Ik begon een onderzoek naar het leven van de militair die dit briefje schreef aan zijn vrouw. Deze man overleefde de oorlog, maar een dag na de bevrijding overleed hij tijdens het poetsen van de wapens. Ik snuffelde op internet, daar bleek meer te vinden dan ik aanvankelijk dacht. Tot aan krantenartikelen uit Canada toe zette ik mijn zoektocht voort. Daarnaast verdiepte ik me in het gebeuren rondom veldslagen en invasies door documentaires te bekijken en artikelen te lezen. 

Als kind maakte de bunker met namen in kamp Vught veel indruk. Destijds dacht ik al: ‘later ga ik daar een boek over schrijven!’ En zo geschiedde in de tweede roman. Als een verhaal in mijn hoofd blijft haken, weet ik dat er ik iets mee moet. Ik gebruik altijd andere namen dan in de historie vermeld staan. Ook check ik regelmatig Streetview om een beeld te krijgen van een bepaalde omgeving. Of ik stap op de fiets, zoals ik onlangs deed toen ik aan het schrijven was over Driebergen.’’

‘Het kost jaren om een boek te schrijven – tussen de twee en tien jaar. Korter is zo zeldzaam dat het statistisch insignificant is.’

,,Het denkwerk voor een nieuw boek begint een halfjaar voor ik begin te schrijven. Meestal start ik in november met het schrijfwerk, wat ik rond augustus in het jaar daarna voltooi. Daarna begint het redactiewerk, al stuur ik ook tussendoor wat hoofdstukken op naar de uitgeverij. Op een gegeven moment krijg ik het boek terug na een controle van de redacteur. Nadat ik het verbeterd heb, gaat het naar de corrector. Vervolgens komt de drukproef en krijg ik het boek nog eens terug in zijn geheel. Op dat moment ben ik al weer met het volgende verhaal bezig. 

Eerst vond ik het lastig om feedback te krijgen, omdat een verhaal iets persoonlijks is. Toch zie ik dat de kwaliteit van het verhaal een stuk beter wordt. Ook praktische zaken die ik over het hoofd zie, worden opgemerkt door een ander. Zo liet ik in het eerste verhaal de zon ondergaan om half tien in januari. Daarnaast schreef ik dingen dubbelop, waarbij ik heb geleerd dat je het moet laten zien, in plaats van vertellen. Niet benoemen dat iemand verdriet heeft, maar de tranen beschrijven die in de ogen glinsteren. Soms voelt het ook als snoeien. Zo heb ik weleens een passage waar ik zelf erg blij mee ben, maar wat er toch uit moet. In de schrijverswereld wordt dit wel omschreven als ‘kill your darlings’.’’

‘De reden om een werk niet te perfectioneren terwijl het nog gestalte krijgt is dat oorspronkelijk werk gaandeweg een vorm aanneemt die het alleen ontdekt naarmate het vordert, vandaar dat de eerste penseelstreken, hoe fraai en prachtig ook, geen enkel nut hebben.’

,,Tot nu toe heb ik elk boek voltooid dat ik begonnen ben. Soms beschrijf ik best pittige thema’s, waarbij het ook echt wat met mezelf doet. Dit komt omdat de hoofdpersonen heel sterk in mijn hoofd en hart zitten tijdens het schrijfproces, op een gegeven moment voelt een hoofdpersoon als een heel goede vriend. Dan voelt het alsof ik ze nog beter ken dan dat ik mijzelf ken. Dit maakt dat het pijn doet om verdrietige gebeurtenissen te beschrijven. Toch weerhoudt dat me niet om daar ruimte voor te nemen, want dat geeft het verhaal een zekere diepte.

Tijdens het schrijven van mijn tweede boek voelde ik wel een zekere druk om te leveren. Wat als mensen het tweede boek niets vinden en het derde dan ook niet lezen? Als ik mijn eerste boek herlees, zie ik dingen die ik nu anders aan zou pakken. Er is een zekere groei te zien in het schrijven, ook bij andere schrijvers zie ik dit terug.’’

‘De schrijver is voorzichtig met wat hij leest, want dat gaat hij schrijven.’

,,Toen ik mijn eerste boek schreef, had ik geen trek om te lezen. Dat jaar heb ik de boeken van anderen grotendeels aan me voorbij laten gaan. Ik wilde voorkomen dat ik een ander zou napraten. Inmiddels merk ik dat ik kritisch word wanneer ik een verhaal van een ander lees, alsof ik de bril van mijn eigen redacteur opzet. Ik probeer dit wel van elkaar te scheiden, maar dat is niet altijd makkelijk.’’

‘Prettige werkplekken zijn iets om te mijden. Wat je nodig hebt, is een ruimte zonder uitzicht, zodat verbeelding en herinnering elkaar in het donker kunnen tegenkomen.’

,,Hoewel ik boven een kamertje heb met boeken en een bureau, schrijf ik toch het liefst beneden. Het helpt mij als ik naar buiten kan kijken, of het nu mijn konijn is dat in de tuin huppelt of het ruisen van de bomen; tijdens het schrijven staat mijn blik nog weleens op oneindig. Daarnaast haal ik inspiratie uit muziek. Per boek heb ik een bepaalde cd dat ik aanzet tijdens het schrijven. Wanneer de melodie begint, ben ik weer helemaal in het verhaal. Dan ruik ik de geuren en ademt alles om mij heen het verhaal waaraan ik schrijf.’’

Hanneke Stark- ten Voorde (1997) is afkomstig uit Woudenberg en werkt als leerkracht in het speciaal onderwijs. Ze is getrouwd met Allard en moeder van Esther (paar maanden oud). Verder is ze enorm gek op dieren en vindt ze het leuk om te koken en te bakken. Hier vind je meer informatie over Hanneke.

Tekst: Hanna Jongejan-Kater // Beeld: Sjanine Fotografie en Hanneke Stark- ten Voorde

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.