IN GEDACHTEN MEE TUSSEN DE WILGEN

Hoe is het om in een reformatorische omgeving op te groeien? Wat als je je afvraagt of dat wat jou geleerd is wel de waarheid is? En hoe ga je om met andersdenkenden? In het boek Wilgenparadijs komen deze thema’s onder andere aan de orde terwijl Ewald Mackay zijn autobiografische verhalenbundel schrijft. 

Ewald en Waldo

Ewald Mackay is opgegroeid in Sliedrecht. Hij is historicus, filosoof en schrijver van een aantal boeken. Dit boek is het eerste verhalende boek wat hij heeft geschreven. Het bevat de periode van Waldo’s geboorte tot het aanbreken van zijn studietijd. In deze tijd gaat Waldo naar de basisschool waar hij zijn beste vriend ontmoet, gaat hij voor het eerst naar de kerk, speelt hij met vrienden en spreekt met zijn opa en oma over hun ervaringen in de oorlogstijd. 

Waldo tussen de wilgen

Waldo is een jongen die veel in de natuur te vinden is. Op jonge leeftijd bouwde hij al een hut tussen de wilgen en samen met zijn vriend Adriaan bleef hij ook op latere leeftijd de natuur in trekken. Bij het afscheid van groep acht dichtte de meester: 

Jij bent de man uit de Gruttostraat,
de man van de vogels en de veren,
die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat
liefst van de natuur wil leren.

In de natuur krijgt Waldo blikken van het paradijs. Wanneer hij in het bos een roedel herten tegenkomt, schrijft Mackay: ‘Even bestond er niets meer, behalve dit hier. Hiernaar had hij zo vaak verlangd. En nu mocht hij het zien. Het was of God hem even liet binnengaan in het paradijs. (…) Even later waren ze tussen het groene lover verdwenen. Met tranen in de ogen keerde Waldo huiswaarts, nadat de deur van het paradijs zachtjes weer werd toegesloten.’ 

Jij bent de man uit de Gruttostraat,
de man van de vogels en de veren,
die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat
liefst van de natuur wil leren.

Overpeinzingen

Naast historische gebeurtenissen wordt de lezer de gedachtewereld van Waldo ingetrokken. Zo peinst hij over de toekomst: ‘Wat zou hijzelf allemaal nog meemaken? Zou er ooit weer een oorlog uitbreken? (…) Een schip voer voorbij. Waldo kneep zijn ogen samen om de naam te kunnen lezen. Het schip heette Eben-Haëzer. Waldo voelde een lichte schok vanbinnen. Dit was de tekst, die hij in een zelfgemaakt houten lijstje aan zijn grootvader van moederszijde had gegeven na diens ziekte. Het voelde als een aanraking van God dat deze woorden nu voorbijvoeren. Ze zouden ook met hem meevaren, de toekomt tegemoet. Waldo voelde een stille vrede in zich neerdalen. Wat hij ook zou meemaken in de toekomst, de herinneringen zouden met hem meegaan, en God zou zijn schuilplaats zijn. Een wilgenhut in de nacht.’ Daarnaast denkt hij veel na over zijn relatie tot de kerk. Zo gaat hij met zijn vriend mee naar een koffiebar van Youth for Christ. Ewald schrijft: ‘De jongen begon daarop een evangelisch verhaal af te steken. Dat sprak Waldo echter ook niet aan. Een gevoel van verwarring kwam in hem op. Hij kreeg meer en meer moeite met hoe er in de kerk werd gesproken, maar van dit gepraat werd hij ook niet veel wijzer. De sfeer van vrijheid was hier echter wel prettig. Het leek of er voor het eerst ergens een deur was die open stond, alleen hij had niet het idee dat het voor hem wel de goede deur was.’ Waldo heeft veel vragen, onder andere over uitverkiezing en de reden van het lijden in deze wereld. In de kerk is hier geen ruimte voor, maar ze blijven in zijn gedachten ronddwalen. 

Wie zoekt, … 

Na een zoektocht naar God, vindt hij Hem wanneer Hij hem aanraakt door een Bijbelvers. ‘Als de bliksem sloegen deze woorden bij hem in. (…) De tranen stroomden over zijn wangen. Gods hand kwam over hem en raakte hem aan. Een onbeschrijfelijk verdriet over zijn eigen donkerheid kwam over hem heen. Maar ook een onbeschrijfelijke vreugde vanwege het licht van Christus. Christus omhelsde hem. Hij kon slechts knielen en bidden. Terwijl hij bad, begon langzamerhand de storm van binnen te verstillen en het suizelen van een zachte stilte kwam over hem heen.’ 

Blikken in het paradijs

Wilgenparadijs is een boek om verder over na te denken. Waldo’s jeugd laat de lezer reflecteren op de eigen geschiedenis en de eigen houding tegenover God en de kerk. Hoe ga je om met de uitverkiezing? En hoe reageer je op zij die een andere leer verkondigen? Tegelijkertijd leert Wilgenparadijs om verder te kijken dan het eerste gezicht. Zo is onchristelijke muziek misschien niet per definitie iets slechts, kan er kritisch gekeken worden naar de manier van viering van het Heilig Avondmaal en worden niet-reformatorische vriendschappen de meest waardevolle voor de hoofdpersoon. Als Waldo voor zijn studietijd terugblikt op zijn leven kan hij concluderen: ‘In deze donkere en koude wereld had hij even mogen blikken in Gods wilgenparadijs.’ Welke blikken heb jij in het paradijs geworpen?

Meer informatie over het boek vind je hier: https://www.debanier.nl/wilgenparadijs. Ben je benieuwd naar het interview met Ewald Mackay? Dat vind je hier terug.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *